Begeleiding: vraagstelling

Welk soort vragen stel ik best tijdens dergelijke activiteiten, om de onderzoekende houding van de kinderen te stimuleren?

Bij de activiteitenfiches staan soms voorbeeldvragen die je kan stellen om kinderen te begeleiden bij het onderzoek. Er zijn heel wat algemene vragen en opdrachtjes die je kan gebruiken om de onderzoekende houding van de kinderen te stimuleren. Enkele mogelijkheden zijn:

  • Wanneer kinderen blijven experimenteren, gerichte vragen stellen zoals: 'Wat denk je, wat werkt best? Heb je het al eens geprobeerd met dit product? '
  • Als kinderen het willen opgeven nieuw materiaal aanreiken waarvan je weet dat het zal werken. 'Welk materiaal heb je al uitgetest? Heb je dit al eens geprobeerd?'
  • Stimuleren om eens te kijken bij hun buur, te vergelijken met elkaar.
  • Verwijzen naar de doelen of criteria: 'Hoe kan je het nog sneller laten bewegen?'
  • Laten samenwerken, samen denken, peer-werking, elkaar instructies laten geven.
  • Stimuleren om het ontwerp uit te proberen, te evalueren, aan te passen, eventueel eerst voorspellingen laten doen.
  • De onderzoekende activiteit zeker steeds bespreken (zie ook terugblik op de activiteitenfiches): laten vertellen, demonstreren, werkwijze en resultaten laten presenteren, kans bieden tot discussie, misschien volgen er ideeën voor volgende onderzoekjes?
  • Steeds stimuleren om in een onderzoeksactiviteit, na het experimenten, één variabele tegelijkertijd te veranderen, en zo tot een echt vergelijk te kunnen komen (bijvoorbeeld mengsel om baksteentjes te laten kleven: steeds met hetzelfde zand en ongeveer evenveel water, enkel variëren wat wordt toegevoegd, zoals bloem, maïzena, …).
  • Tijdens een onderzoeksactiviteit kan je kinderen theorieën laten uitwisselen. Ze leren op die manier elkaars standpunt waarderen, komen tot extra ideeën en worden kritischer over eigen interpretaties, voorspellingen en theorieën.