Stofjes kleuren

Je onderzoekt op welke manier je textiel kan kleuren met natuurlijke en andere materialen.

Benodigdheden

  • textiel om te kleuren: lapjes wit katoen. Indien je het verschil tussen textielsoorten ook wenst te onderzoeken, kan je witte lapjes van verschillende soorten textiel aanbieden.
  • materialen om te kleuren:
    • natuurlijke materialen zoals bloemen (vers en gedroogd), gras, bladeren, fruitschillen, elzenpropjes, uienschillen, denappels, …
    • andere materialen zoals crêpepapier, zijdepapier, gekleurd papier, inkt, gewone stiften, textielstiften, …
  • werkmaterialen: transparante bekertjes, materiaal om plantaardig materiaal te verkleinen (plankjes, snijmesjes, vijzel, scharen), water (koud en warm), maatbekers, zeefjes, roerstaafjes of lepels, papier en stiften, eventueel etiketten

Verloop

Probleemstelling: voor moeder- of vaderdag wil je het geschenkje inpakken in een stoffen zakje. We hebben echter alleen maar witte stofjes. We onderzoeken met welke materialen we de witte stof kunnen kleuren.
Kort functioneel waarnemen van de beschikbare materialen. Aandacht voor afspraken in functie van veiligheid (bv. snijmesjes, warm water).
Kinderen kiezen het materiaal waarmee ze willen kleuren:
- Onderzoeken op welke manier het materiaal fijngemaakt kan worden, of kan er rechtstreeks mee op het textiel gekleurd worden?
- Onderzoeken op welke manier de kleurstof uit het materiaal kan gehaald worden: materiaal kan in koud of warm water gebracht worden, al dan niet kleingemaakt, al dan niet geroerd, gedurende korte of langere tijd in het water gehouden, materiaal kan in het water blijven of eruit gezeefd worden …
Onderzoeken wat het effect is op het kleur van het lapje stof: stofje wordt in het water gehouden om te kijken of de kleur opgenomen wordt door het textiel. Mogelijkheden om te onderzoeken: de tijdsduur (hoe lang houd je het lapje in het gekleurd water), blijft het kleur na drogen, na wassen van het lapje?
Terugblik, waarbij de kinderren tijdens en/of na de activiteit verwoorden hoe ze dit aangepakt hebben, wat ze onderzocht en ontdekt hebben.


Aandachtspunten bij de begeleiding

De kinderen kunnen gestimuleerd worden om de ingrediënten en eventueel de werkwijze op etiketten te schrijven, en op de desbetreffende beker te kleven. Zeker als meerdere onderzoekjes naast elkaar gebeuren, kan dit een hulp zijn.
Het is voor kinderen heel motiverend om eerst zelf op zoek te gaan naar natuurlijke materialen in de omgeving van de school. Op die manier kiezen ze zelf met welke materialen ze willen kleuren. Je kan hen voordien vragen welke kleuren ze denken te kunnen extraheren. Naderhand kan hierop teruggeblikt worden: klopt hun hypothese? Kunnen ze de kleur nog versterken? Op welke manier willen ze dit proberen? Bv. materiaal kleiner maken, pletten, warmer water gebruiken, stofje er langer in laten weken, …: laat kinderen zelf ideeën geven.
Als de plantaardige materialen niet veel kleur afgeven, vragen hoe ze dit zouden kunnen verbeteren. Als ze zelf niet op ideeën komen, kan je hen stimuleren om het fijner te maken of te pletten.
Verwijzen naar de duur van het kleuren van textiel, stimuleren om te vergelijken of het een effect heeft om het lapje stof langer in het water te laten.
Algemene aandachtspunten voor begeleiding vind je hier.


Bron

Activiteit Kinderlabo augustus 2013 in het kader van keuzestage Bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs van de Arteveldehogeschool, met dank aan Lieselot Verdonck.