Sporen in het zand

Je onderzoekt welke sporen verschillende voorwerpen maken. Vinden we tijdens een uitstap een dierenspoor? Dan zoeken we uit welk dier dit gemaakt heeft, en proberen we vervolgens zelf ook sporen te maken.

Benodigdheden

  • lage bakken met (verschillende soorten) zand, bak met kiezels of andere kleine steentjes
  • materialen om sporen mee te maken: verschillende soorten schoenen, allerlei kleine voorwerpen (bv. autootje, popje, plastic diertjes, dopjes, kurken, stenen, ...)
  • materialen om dierensporen na te bootsen: karton, schaar, plakband, (boetseer)klei, ...
  • bronnen om informatie over dierensporen te raadplegen, zoals zoekkaarten (bv. te koop bij Natuurpunt http://winkel.natuurpunt.be/zoekkaarten) of boeken over dierensporen (bv. Olsen, L. (2012), Dier & spoor, KNNV uitgeverij)

Verloop

In het ideale geval begin je de deze activiteit met een uitstap, op zoek naar sporen. Of je hebt een uitstap gepland over een ander onderwerp, maar ontdekt verschillende sporen waardoor je besluit dit verder uit te spitten.
Als je niet op uitstap kan met de kinderen, kan je in een bak met zand zelf een afdruk maken, of met gips een afdruk van een dierenspoor meebrengen dat je tijdens een vroegere uitstap zelf hebt gemaakt. Hoe je dat doet kan je terugvinden op internet (bv. http://www.diersporen.info/?p=98 ). Aan de hand van een zoekkaart of een sporengids kan nagegaan worden wie dit spoor zou hebben achtergelaten.
Onderzoeken hoe we zelf sporen kunnen maken: met de handen, vingers, schoenen, blote voeten, ... Vergelijk met elkaar hoe de afdrukken eruit zien. Vervolgens sporen maken met allerlei voorwerpen, door de kinderen gekozen.
Onderzoeken hoe de sporen eruit zien in verschillende ondergronden: in verschillende zandsoorten, droog – vochtig – nat zand, kiezels, ... Het zand kan bevochtigd worden met verschillende materialen (zie benodigdheden). 
Zelf 'sporenmakers' maken, bv. poot van een dino boetseren of met karton in elkaar knutselen, en die vervolgens een afdruk laten maken in het zand.
Terugblik, waarbij kinderen tijdens en/of na de activiteit verwoorden hoe ze dit aangepakt hebben, wat ze onderzocht en ontdekt hebben.


Aandachtspunten bij de begeleiding

Soms kan het helpen om het water wat vochtig te maken met een waterverstuiver. Laat de kinderen dit echter zelf ontdekken, of stel vragen als 'Kan je de afdruk goed zien? Wat zou je kunnen doen om de afdruk beter zichtbaar te kunnen maken? ...'
Voorzie voldoende droog zand. Na een onderzoekje met water kan dit zand tijdelijk niet meer gebruikt worden om het verschil te ervaren tussen droog en vochtig zand. Dit kan je wel laten drogen en later opnieuw gebruiken.
Algemene aandachtspunten voor het begeleiden vind je hier.

Bron

Activiteit Kinderlabo augustus 2013 in het kader van keuzestage Bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs van de Arteveldehogeschool.