Onderzoek met een stroomkring

Je onderzoekt hoe je een stroomkring kan maken, en welke materialen elektriciteit geleiden.

Benodigdheden

  • stroomkring: krokodillenklemmen, ijzerdraad, lampje in lampenfitting, batterij, duimspijkers en houten plankje
  • geleidende materialen: aluminiumfolie, metalen paperclips, metalen lepel, nagel, ...
  • niet-geleidende materialen: plastieken beker, potlood, hout, karton, plastieken lepel, ...

Verloop

Probleemstelling: we willen het lampje laten branden, maar hoe doen we dat? En éénmaal we een stroomkring hebben, welke materialen kunnen we dan gebruiken om te geleiden als onze kring niet helemaal gesloten is?
Kort functioneel waarnemen van de beschikbare materialen. Aandacht voor afspraken in functie van veiligheid (bv. warmte lampje).
Onderzoeken met het eigen lichaam. Wat een gesloten stroomkring precies is, kan je laten ervaren door de kinderen zelf een kring te laten maken, en elkaar een kneepje te laten doorgeven. Zo ervaren ze dat dit pas kan doorgegeven worden als de kring helemaal gesloten is.
Stroomkring maken: op basis van de uitleg (of een stappenplan) maken de kinderen een stroomkring: batterij, een ijzerdraad die vertrekt van elk van de polen, en een lampje in een lampenfitting, waaraan de 2 ijzerdraden worden bevestigd (zie ook foto's).
Onderzoeken welke materialen geleiden. Daarvoor moet een deel van de stroomkring opengemaakt worden. Dit deel wordt dan vervangen door een voorwerp, dat ervoor zorgt dat de stroomkring terug is gesloten. Als het lampje brandt, geleidt dit voorwerp elektriciteit. De kinderen zoeken zelf voorwerpen die ze willen testen, en proberen zo de gemeenschappelijke kenmerken van de geleidende materialen te benoemen.
Terugblik, waarbij kinderen tijdens en/of na de activiteit verwoorden hoe ze dit aangepakt hebben, wat ze onderzocht en ontdekt hebben.


Aandachtspunten bij de begeleiding

Aangezien dit een complexe activiteit is, is hier soms wat meer begeleiding nodig. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de draden een goed contact maken met de lampenfitting om het lampje te doen branden. Als niets werkt, kan je de kinderen stimuleren om het lampje te testen met een batterij (pool 1 tegen de onderkant van de lamp, pool 2 tegen de zijkant van het onderste deel van de lamp: zou moeten branden).
Algemene aandachtspunten voor het begeleiden vind je hier.